11.11.21

Leren loslaten

Ik moet leren loslaten. Zoals velen.  Daarom volg ik een online cursus. Elke dag wordt me in een filmpje haarfijn uitgelegd waar het probleem zit met dat loslaten. Neurotransmitters en amygdala, dopamine en  emotionele stress respons. Ik mediteer en adem de balast van me af tot ik er duizelig van wordt.

Ik moet jou leren loslaten en dat is niet makkelijk, want je plakt op elke neurotransmitter en zit in elke cel. Je drenkt mijn wereld in serotonine en versmoort me in dopamine. Maar je winkel in geluksstofjes is nu gesloten. Dat heb je beslist als was het een opgelegde quarantainemaatregel.

“Adem in je buik, net onder je navel en maak ruimte rond je boosheid.” vertelt mijn coach.
In de cursus staat dat emoties geen gevoelens  zijn. En lust hoort niet bij de positieve aspecten van het leven.  Ik ben nog helemaal niet klaar met lust en zeker niet als het over loslaten gaat. Ik wil je vasthouden, hardhandig tegen de muur drukken en in je ogen roepen “Praat met mij”. Ik wil nog zoveel andere dingen met je doen, maar niet als een tam konijn de balans handhaven in de hersenpan.

De vlinders in mijn buik zijn een noodtoestand van het lichaam. Dat lees ik op internet. Bij heftige emoties wordt de bloedtoevoer beperkt. Een chemisch veiligheidsmechanisme van je brein.

Ik begin aan een mail. Om het verlangen in mijn brein te sussen.

“Je stilte maakt alles kapot”, schrijf ik. Ik sluit de ogen, adem diep onder mijn navel en maak ruimte rond het gevoel.

“Je maakt alles kapot”, herschrijf ik de zin. “En nog een keer, diep ademhalen onder de navel”  zegt de coach in zachte cadans,  “… en maak verbinding met je hart.”

“Alles kapot”, pas ik aan. “En we doen het nog een keer. Diep ademhalen, concentreer je op het nare gevoel en adem errond.”

“Kapot” kort ik in. Die alles is ook overdreven. Ik adem diep in en zoek je onder mijn navel. Dat prikkelige tekort, van bloedbaan naar zenuw en botten.

Ik wis het woord kapot en stuur je een lege mail.

Geen opmerkingen: