16.11.06

Uit te roepen op leeg podium

Dat gij mij nodig hebt als een stuk orgaan. Mijn vlees.
En het enige dat ik me nog herinner is die blik van u toen ik efkes uit mijn rol schoot en alles een moment lang anders was. Ik zag het in uw ogen: wanhoop binnenstebuiten gekeerd.
Toen dacht ik: is dit een teken, een intersectie met de toekomst? Want tijd is immers niet lineair. Is dit een teken dan, om te zeggen dat ik net zo goed bij u kon zijn dan bij haar?

1.11.06

Crisisjaren

Die jaren waren crisisjaren in de stad.
De muren blonken van het vet, zwetend in de warmte. Kinderen werden ziek. De politiek leek in slaap gedompeld. Er was geen energie voor luid gelach, muziek of theater.
Met de avondschemer verviel de stad in een plakkerige stilte.
Het was op zo'n warme zomeravond dat ik haar voor het eerst zag.
Mensen verzamelden aan de rivier, om koelte en een zuchtje wind te vinden. Kettingen van zoekers, alleenstaanden die de slaap niet konden vatten. Die niet verlangden naar hun hete bed met zware lakens.