9.5.06

Mijn man is manisch

Mijn man is manisch
Ik weet meer dan de dingen
die ik me kan herinneren

De jaren werden korter
Hij deed zijn nachtschoenen aan
Ik werd bang
En heb sindsdien de sleutel van mijn dochter

Hij kan heel bezorgde dingen zeggen
Met veel geluk
Maar heeft om zich te uiten
de gevallen engel nodig

En het hele huis dat hij bouwde
Zo mismaakt als mijn bedriegen

De periodes zin zijn bijna ongemerkt geworden
Meestal blijft hij achterop, altijd terug bij
Maar soms loopt hij
of wordt hij zo mijn leven
dat hij weer helder lijkt
Op de 10 jaar geluk
en dan kan hij lief zijn
Alsof jij mij niet hebt gehad

5.5.06

Ons

Jonge wijn in je glas. Scheut.
En de pijn in haar ogen.
De woede als een vuurbal in haar maag.
Vuurvreter kotst de jaren uit.