8.6.05

Sprookje

Als ze wakker wordt voelt de minnares zich als de prinses op de erwt. Nog trekken de vezels in het topje van haar kleine teen.
Ze is alleen in een kasteel vol waaiende deuren. Openen zich langzaam. Sluiten snel zodat je de tocht op je hielen voelt. It's all show-bizz.
Verlangen naar het onbereikbare. Een leven waar je geen touw aan kan vastknopen. Geen ster die je kan leiden in zo'n geval.
De erwtenkoning laat zijn beste lakeien opdraven om de twaalf deuren te openen die de minnares van de buitenwereld scheiden. Deuren van kwelling, jaloezie en dubbele dosissen kalmeermiddelen. Witte glazen deuren van instellingen en gangen vol kamers van vijf personen. En vooral veel sloten.
Waarom onthoudt een mens nu juist die dingen die zo verschrikkelijk zijn? Kwellingen en beproevingen uit dromen diep in de nacht die je uit je bed jagen naar de rust van de koelkast of het lege trappenhuis.
Zeven jaar lang dwaalde de minnares rond in het kasteel. Tot ze op een nacht de twaalfde deur bereikte. Als ze door de laatste deur naar buiten wil stappen, staat daar een oude man. "ik verkoop appels. Oogstappeltjes. Geïnteresseerd?"
De minnares slaat de deur toe en keert terug. Ze staat in de keuken van haar moeder en voelt een klap in haar gezicht.
"Ga zitten en eet." zegt moeder. Voor me staat een bord soep.

5.6.05

Andere woorden willen gebruiken

De vrouwen dansen, duwen hun heupen tegen elkaar. Ik zit neer op een drempel en denk “Godverdomme, hoe zou het zijn moest ik voor één keer de woorden die voel, die ik uitspreek in gedachten, kunnen onthouden.”
Ik denk aan vuile seks, verraad. Hoer. Het vertrouwen dat er niet is. Dief.
En niet uitdagen. Ik weet niet waar het ophoudt. Je naakte rug tussen de warme lakens in een bed.
Iemand kussen. Denken aan tong die duwt in je mond en langs je tanden glijdt. En seks zonder gevoelens alleen maar vel en behoeften om honger te stillen, aangeraakt te worden, te kreunen terwijl iemand anders het hoort.
Ik zit op de grond en wil niets. Ik wil onzichtbaar zijn, niet meer bestaan, wegbranden. Hier en nu, mij compleet overgeven, in coma gaan. Ik wil in mijn broek pissen als een oude dronkaard en buitengegooid worden, lachend. Ik wil vechten, krabben, duwen, neuken.