donderdag, april 06, 2006

netwerk

Een vrouw zit op de trein. Mensen bekijken haar. Ze is gekleed in het zwart. Sober maar stijlvol. Ze gaat naar de hoofdstad. Niet als zichzelf maar als vertegenwoordiger voor een bedrijf en het gaat over miljoenen. Daarom heeft ze zich een identiteit aangemeten.
Zwart geeft haar een goed gevoel.
Ze is rustig, want ondanks de chaos in haar hoofd is ze erin geslaagd op tijd te parkeren bij het station, een kaartje te kopen en de trein te halen.
Met verende tred stapt ze door de straten van de hoofdstad naar het gebouw met de 3 draaideuren waar zelfs de muren bekleed zijn met tapijten en eruit zien als de board rooms uit Amerikaanse films.
Ze moet contacten maken, maar de naamkaartjes ontbreken. "De printer heeft het laten afweten," verontschuldigt de secretaresse zich bij het onthaal.
Ze prutst aan de knopen van haar nieuwe jas. De knopen komen los, één voor één.
Ze zet zich neer, gegeneerd. Bloed stijgt naar haar hoofd als ze een knoop opraapt die onder een stoel gerold is.
Luisteren. De lucht is warm en droog. Een man spreekt in abstracte begrippen. Woorden in ambtenarentaal waar ze de betekenis niet kan achterhalen. “Mainstreaming” en andere vormen van communicatie waarbij ze zich niets kan voorstellen. Ze tekent cirkels op een blocnote. De man naast haar tekent een auto.
Plots draait de vrouw die voor haar zit zich om. In paniek.
Hand voor haar neus en mond. Een dikke bloeddruppel valt op haar grijze wollen rok.
“Heeft u soms een papieren zakdoekje?”
Creative Commons Licentie
Op dit werk is de Creative Commons Licentie van toepassing.