vrijdag, december 02, 2005

RVA

Wie in de stad verblijft maar geen officiële job en dus geen inkomen heeft, moet naar de RVA. Het RVA-gebouw is het op één na vuilste overheidsgebouw van de stad.
De ingang is volledig verstopt onder stellingen en zeilen. De gevel wordt gereinigd.

Het gebouw is oud en er zijn al ettelijke verdiepingen bijgebouwd.
Vermits elke verbouwing of uitbreiding via een openbare aanbesteding verloopt (nu ja, het helpt wel als men graag gezien is bij de architectenorde) is de overheid verplicht telkens in te gaan op het goedkoopste aanbod. Afhankelijk van de beurskoersen, fluctuaties op de bouwmarkt worden steeds andere grondstoffen gebruikt. Van Franse steen tot cementblokken.

Het gebouw ligt vol met dossiers. Enkel op de benedenverdieping werkt de slome administratie verder tussen zand- en stofpartikels. De gangen zijn opgedeeld in hokken en volgepakt met bureau’s. De occasionele nieuwe werkkracht heeft soms dagen nog om de weg naar zijn/haar bureau te memoriseren.
Tweemaal per dag, bij aankomst en vertrek, wordt verwacht dat je iedereen op je weg begroet. Dan gonst het gebouw als een bijenkorf en is telefoneren onmogelijk.

Vlagen fijne zandkorrels waaien door de kieren van ramen en deuren binnen in de wachtkamer en het geluid van de zandstraalmachine buiten rafelt je zenuwen uit.
Velen geven het wachten al na enkele uren op.

Eindelijk komt de verantwoordelijke je halen voor de verklaring. Je zwalpt achter hem aan naar zijn bureau door kleurloze gangen. Elke actie die je ondernomen hebt, een job, inschrijving, een opleiding of een excuus om geen van beiden te hebben gedaan, krijgt een enkele regel in je dossier. Chronologisch.
Als er ooit een regel vergeten wordt in je dossier, kan dit nooit meer gecorrigeerd worden.
"Waarom heb je formulier C567bis hoofdstuk angsten niet ingevuld?" vraagt de verantwoordelijke me.
Ik zie zijn lippen bewegen maar hoor enkel zwaar ruisende sinusgolven. Hij houdt het papier bijna tegen mijn gezicht en wijst. Zijn vinger bevindt zich net boven het hokje vliegangst.
"Geen angsten." zeg ik snel.
Hij zucht en krabt met de punt van een schaar in zijn nek.
"Het is geloofwaardiger als je toch én of twee angsten aankruist hoor", zegt hij zuur.
Hij legt de schaar terug. Er kleeft bloed aan. Zweetdruppels rollen van zijn voorhoofd.
"Claustrofobie en euh ... faalangst." vult hij aan.
Ik knik onverschillig.
Het tekenen van de verklaring is steeds een beproeving.
Eerst leest de ambtenaar het volledige document voor. Ik knik zwijgend bij elke nieuwe bepaling, terwijl de ogen van de ambtenaar langzaam veranderen.
De irissen lopen uit als eidooiers. Paarsachtige tranen lopen vanuit zijn ooghoeken over zijn gezicht.

Ik teken een bestempeld blad vol leugens die buiten dit gebouw niet bestaan.



Twee weken later. Hulpkas.
Bij de hulpkas word je steeds opnieuw doorgestuurd omdat er extra rubrieken ingevuld moeten worden, werkdagen bewezen en verduidelijking moet worden verschaft bij het dossier.

Er staat een huisvrouw aan het loket. Ze vraagt of ze een vergoeding voor alleenstaande probleemvrouwen kan krijgen, want ze zit in die categorie.

Eindelijk is het mijn beurt. Ik mag aan één van de twee loketten een aanvraagformulier invullen. "Bel ons vanmiddag maar op" antwoordt de vrouw achter het glas. Het dossier is nog niet rond.

Aan de andere kant van de lijn hoor ik kantoorgeruis. Het lijkt alsof deze geluiden zorgvuldig opgenomen en gefilterd zijn. Stemmen net niet verstaanbaar, het ratelen van toetsenborden, sterk gecompresseerd.
Na een kwartier, als vanuit een vacuüm zegt een stem: "Ik kan helaas uw dossier niet meteen terugvinden. Kunt u morgen terugbellen?"
Net voor ze de hoorn oplegt, hoor ik op de achtergrond een kind huilen.
Creative Commons Licentie
Op dit werk is de Creative Commons Licentie van toepassing.