maandag, december 05, 2005

Gat

Het huis oogt koud en onbewoond. Grote barsten lopen van het balkon op de eerste verdieping naar beneden langs het voorportaal. De ruiten zijn stoffig vuil van de aanhoudende regen. Mijn kamer ligt aan de achterkant, onder het dak. Mijn kamer vol barsten en scheuren en vochtige muren. Moeder zit beneden terwijl ik uren lang in de spiegel staar. Ik staar en huil, omdat er niets anders is. Misschien ben ik niet goed bij m'n hoofd, een zottin. Misschien is het mijn lichaam dat mij voor de zot houdt.
Zo zot als een achterdeur. Goed opgevoed maar ergens uit de bocht gegaan. Door de mand gevallen. Ontmanteld.
Manisch depressief, gebrek aan levenslust, zeggen de dokters. Ze bedoelen dat er een groot zwart gat is in mijn ziel waarin alles verdwijnt en opgeslorpt wordt. "Daar moeten we aan werken," mompelen de specialisten, maar volgens mij is dat gat niet op te vullen. De randen zijn niet stevig genoeg. Alles verdwijnt krantenpapier, vulcement, betonijzers.
Mijn moeder wil dat ik een job zoek, zodat ze 's avonds kan koken voor iemand die het nodig heeft. Dan kan ze zich om vijf uur vlug naar de supermarkt haasten, in zichzelf mompelend "Amaai ik heb weer tijd te kort vandaag." Ze weet het, van dat gat. Ze is bang dat ze op een dag zelf zal verdwijnen. Gisteren zei ze dat ze me niet meer herkent. Dat ik... en dan stopt ze en zucht ze diep. Ik steek een sigaret op en proef de ontsmettingsgeur van het ziekenhuis. Het hospitaal waar ik een jaar gewoond heb, waar ze gespecialiseerd zijn in het opbouwen van constructieve persoonlijkheden en waar ze alles opnemen op cassette.
Creative Commons Licentie
Op dit werk is de Creative Commons Licentie van toepassing.