donderdag, mei 12, 2005

Rand

Wapenstilstand. Een feestdag. A. wordt gewekt door het tromgeroffel van een fanfare in de verte. Ze kronkelt haar ledematen als een kat. Naast haar ligt een man te slapen.

Ze heeft vrienden. Net als iedereen. Vrienden als slangen, die door relaties kruipen. Die haar vertellen wat ze niet wil horen.
A. merkt pas na de ontmoetigen hoezeer het haar uitput te praten. Een rol te spelen. Jezelf zijn. Jezelf.

A. speelt spelletjes. Die recycleert zij dagelijks in haar geest. Ver weg van alle feiten, op planeetwater diep genoeg om in te verzuipen. Een wonderbaarlijk leven, zegt men. Het meisje en de mythologie.

Naakt staat ze tegen zijn rug geleund. Ze omarmt zijn borstkas. "Ik wil niet teruggaan." fluistert ze.
Later zal ze schrijven: "Je vertelde me dat je vissen ving zonder net. Als een beer. Toekijken als een schaduw. Dan een grijphand in het water."
Dat had ze gedroomd. Ongedateerd.
Enkel de dromen houdt ze nauwkeurig bij op losse snippers papier in de schuif van haar bureau. Dagen en uren vergeet ze.
Ze leeft niet echt in het leven maar op de rand.

De rand en de afgrond. Of misschien is ze een van die mensen die ontdekte dat er helemaal geen rand is. Wat steeds overblijft als rest is een eindeloos kluwen van schakels waarin afzweren aansluiten betekent.
Creative Commons Licentie
Op dit werk is de Creative Commons Licentie van toepassing.