dinsdag, maart 01, 2005

Sint Rita

Toen ze mij kwamen ophalen regende het. De hele dag al te veel water dat als trage bloedstromen naar beneden rolt.
Als het regent in Sint Rita wordt het gebouw een drijvend vlot. Overal loopt water door buizen, goten, riolen, keldertrappen, in ondergrondse nissen. De ratten worden meegespoeld. Het water raast en kolkt in alle holten. De muren worden mossig. Er gapen barsten en gaten. Opgekrulde varens rollen zich snokkend uit. Een eeuwige kilte bedekt de vloertegels met een dun laagje mist.
Doordraven doordraven tot je niet meer weet wie je bent.
De gevangenen, gecolloceerden, halve garens zitten roerloos ineengekrompen in hun vochtige cellen en wachten tot het onweer voorbij is. Hoe langer het duurt, hoe meer goede voornemens wegkwijnen en hoe meer de rillende gestalten vervreemd raken van de buitenwereld. De storm trekt alle hoop met zich mee door klappende deuren.
Creative Commons Licentie
Op dit werk is de Creative Commons Licentie van toepassing.