maandag, februari 21, 2005

Zweet

Gisterennacht was ze laat thuisgekomen. Ze was gaan dansen in de club aan de oever van de rivier. Toen ze door de voortuin liep merkte ze dat de rode dahlia’s ontbraken. Er waren vijf putten in de aarde.
's Middags vond ze haar moeder in het tuintje. “De Dieven! Godverdomme, die smerige straatjong. Niets is hier veilig. Alles komen ze halen om te verkopen."
In deze tijd van het jaar krioelden alle bloemen in de tuin van de bladluizen.
Maar bladluizen waren te klein voor haar moeder. Met -2 links en -3 rechts was de vlieg het kleinste insect dat ze kon onderscheiden.

Ooit was er een man gekomen om de bladluizen te verdelgen. Door de plantsoendienst verplicht. Het was een lachende Zweed die beweerde dat hij de hele tuin insectvrij zou kunnen maken met behulp van elektrische spanningsvelden.
Ze had hem de hele dag geobserveerd, in de weer met plus-en-min polen.
Een hele dag keek ze naar handen, ruggengraat, schouders, armen met een verlammend gevoel van zalige warmte.

Elektriciteit is eerlijk. De elektrische schok zo eerlijk en direct dat je schrikt maar er is geen pijn, enkel leegte.
En zo was hij klaargekomen. Ze had hem in haar mond genomen. Hij had verkrampt haar haren vastgegrepen en haar hoofd op en neer bewogen.
Het zaad liep uit haar mond. Hij had zelfs een beetje in haar neus gespoten, maar dat durfde ze niet te zeggen en ze liep de hele avond te pulken aan een harde korst sperma waar haar neushaartjes ingedroogd waren.
Creative Commons Licentie
Op dit werk is de Creative Commons Licentie van toepassing.