dinsdag, februari 08, 2005

Emma

Hij brak los om 4 uur ’s nachts. Pikdonker. De maan was verstopt achter een dik pak wolken.
Nekhaar overeind en tanden bloot. Binnen, aan tafel lachten de mensen onwetend.

Ze vertelde over een liefdesgeschiedenis. Toen ze 20 was bedreef ze voor het eerst de liefde met een meisje. Verward, smoorverliefd. De grote liefde, blind en koppig.

Hij loopt recht op zijn prooi af, vindt zijn weg zonder aarzelen. Het dier uit doodskreten en probeerde nog te ontsnappen. Het fladdert zielig tot tegen de afsluiting.

Snel, licht. De mensen komen kijken en vinden veren overal op de grond en vel en een stuk vlees.

Het dier leeft. Het kruipt weg uit de straal van de zaklamp. Het ziet er verschrikkelijk uit.
De mensen roepen, proberen het dier op te jagen.
"We moeten het doden." zeggen ze. "Het is te zwaar gewond.Het lijdt."
"Nee, laten we de wonden verzorgen."
De mensen lopen, struikelen. Ze hebben veel gedronken. Wijn rood als bloed.
Doden met een schop?
We zullen zien morgen. De tanden hebben te diepe wonden gemaakt. Morgen doden en opeten.
"Het is te donker. Niet dronken doden. Ik kan het niet."

Terug binnen rillen de mensen. Koud. Handenwrijvend. Meer wijn.
Het was een studentenliefde, vertelt ze verder. Ze is weggegaan, terug naar haar dorp, ouderlijk huis. Getrouwd, kinderen gekregen. Het was een schok toen ze weg ging. De klok bleef 10 jaar stilstaan.
Al die lange jaren avontuurtjes met mannen, maar geen vrouw. Geen hart.
Na 10 jaar kwam de klap. Ze brak uit en het verdriet was een kracht. Vrouw na vrouw viel voor de staalblauwe ogen die glinsterden in het maanlicht. Ze jaagde nacht na nacht vol schaduwen op slaapkamermuren, zich vastbijtend in lakens en getatoeëerde schouders. Gehoorzaam aan een herinnering, een oud instinct. Het was nooit genoeg.

Het dier kan zich niet verweren wanneer de anderen het benaderen. De wonde bloedt niet, maar ze hebben honger. Ze pikken. Pikken wat los zit aan vlees en vel. Pikken het los. Verder en verder. Ze trekken vel en veren weg en eten. Kannibalen.

Terwijl het huis slaapt, brandt de wonde. Steeds groter en dieper en de mensen weten het niet.

Er is een tijd voor zachtheid. Pas jaren later, in de donkere ogen van een zuiderse vrouw, zag ze die liefde. Die liefde die zegt: "Ik zou liever doodgaan dan niet meer bij je zijn. Ik zorg voor jou. Altijd." In haar armen.

Het offer is de weg die afgelegd is.

We hadden het beest moeten doden in de donkere nacht met een schop en de moed van de dronkenschap. En dan vergeten. Het is nu licht en de zon priemt.
Kliefbijl. De wonde ettert.
"Niet opeten." zeggen de mensen.
3 slagen. De bijl is te bot. Snel, neem de schop.
Geschokt. De mensen kijken met open mond naar het stuiptrekkende dier.

De tijd tikt. Na die nacht zijn de mensen familie.
Niet door bloed, maar door hart.
Diep binnenin op de plek van de dood en geboorte en trouw.

En de liefde brandt als een wonde die niet heelt.
Creative Commons Licentie
Op dit werk is de Creative Commons Licentie van toepassing.