maandag, januari 24, 2005

Trein: Wagon 1

De wagon is vuil. Plakkerige handpalmen. Priemende blikken overal. "Als ik jou hard raak, staar je minder terug", denken de stenen gezichten. Tanden knarsen als de trein vertrekt. Schokkerig. Ruggen deinen mee als haaievinnen. Het wordt avond, maar wij zijn onderweg. Altijd onderweg.

De overbuurman zit in de duisternis in zijn coupé. Hij koestert andermans woorden alsof het de zijne zijn. Alsof hij de aanzet en het middelpunt geweest is van alle menselijke uitingen rondom hem. Met zijn ideeën, zijn tolerantie, zijn verstikkende jaloezie en geobsedeerde boertigheid. Als een gigantisch amfibie zit hij te daar te wachten op zijn vuilnisbelt. Af en toe produceert hij vreemde geluiden en maakt aantekeningen. Niemand weet waarom.

Waarop wachten de mensen in deze wagon? Beterschap? Evenwicht? De kracht om op te staan en te veranderen? Ik denk dat dit een eindpunt is waar de trein stopt. Iedereen blijft zitten maar er komt geen halte meer. Wat je kan doen is moeizaam terugkruipen door de tunnels tot je bij een wissel komt. En zorg godverdomme dat de anderen je niet volgen, aan je slippen hangen. Laat ze achter.

Vluchten dan. Naar een ander land. Weg van de dagelijkse stroom mensen. Elke dag opnieuw. Mensen die je vrienden noemt. Je vraagt je af wat ze voor je betekenen. Uiteindelijk kom je tot de conclusie dat je iedereen die je kent gemakkelijk kan missen en vertrek je, ver weg.
Je nodigt mensen uit om je te komen opzoeken, maar niemand komt. Er is eenzaamheid, maar die is draaglijker dan je vroegere achterhaalde sociale leven. Je weet dat je ooit zal moeten terugkeren.

Mensen zijn hard, keihard. We proberen onze hardheid allemaal wat te verstoppen onder een laagje gevoeligheid, compassie en angst. Eigenlijk vellen we elke dag wrede oordelen. Want wie wil nu zijn leven geven voor een ander?
Creative Commons Licentie
Op dit werk is de Creative Commons Licentie van toepassing.