dinsdag, januari 11, 2005

Spiegelpaleis

Het Spiegelpaleis is zowat de bekendste hardhouse keet in de wijde omgeving. Ik ben er vaak voorbij gereden, net over de viaduct naast het kanaal. Het Spiegelpaleis is enorm. Het verheft zich als een verlichte arena over de lege zandvlakte naast de expresweg. Het reusachtige gebouw wordt overkoepeld door een spiegeldak dat zich strak rond twee middenpijlers spant.

De zandvlakte is nu een krioelende chaos van koplampen, draaiende motoren en geschreeuw. In de zwarte wanden zijn duizenden spiegeldeuren voorzien, waar security mannen in zwarte vesten door mondmicrofoons signalementen van mogelijke herrieschoppers doorseinen naar binnen.
Ik loop op een spiegeldeur toe en word tegen de muur gedrukt en gefouilleerd.
Dan breek ik door een muur van geluid naar binnen in een donkere tunnel vol mensenlichamen.

Overal hangt een dierlijke zweetgeur die binnendringt en ophitst.
Ik kom in een enorme ruimte terecht waarin beats uitrollen als golven en de menigte hysterisch en dwangmatig beweegt. In de grauwblauwe rookruimte flitsen kale schedels naast door agressie verwrongen gezichten. Huid spant zich onder trillende spieren en ik kan niet thuisbrengen welk lichaamsdeel bij welk gezicht hoort. Ik worstel hijgend door de stuiptrekkende vacuüm gezogen lichamen en probeer in te ademen.
De gezichten huilen hard met bloeddoorlopen ogen en schreeuwen steeds luider.

Plots worden de beats een gekrijs en vanuit het dak schieten lichtstralen de arena binnen. Vijfhonderd dakkleppen openen zich gelijktijdig in 30 seconden tijd en boren diepe gaten in de dansvloer.

Van op de loopbruggen bij de dakspanten kijken security-leden toe hoe de menigte wegvlucht in de keldergangen. Ik hap naar frisse lucht en wordt wild meegesleurd naar beneden, glijdend langs de glibberige fosforescerende muren. Een hand grijpt naar mijn gezicht en verdwijnt bloedend terug in de massa.

Ik struikel en word tegen de grond gesmakt. Ik lig met m'n hoofd in een plas urine en kokhals. Ik braak over modderige plateauzolen. Als even opkijk zie ik dat ze toebehoren aan een vrouwenlichaam in minirok. Gezicht grauwgrijs wijdopen ogen en wit schuim op de lippen. Het blijft onbeweeglijk liggen onder de trappende schoenen. Arm ligt uitgestrekt en gekneusd in het gangpad en waar ringen zaten aan haar vingers zijn nu bloederige wonden.

Ik word wakker in een luchtkoker. Het is middag maar het schemert hier altijd. Grijs.
Creative Commons Licentie
Op dit werk is de Creative Commons Licentie van toepassing.