zondag, januari 09, 2005

Hij/zij

Ik kan op niemand vertrouwen.
En hij, hij wordt steeds nukkiger en kan niets geven.
Over veel moet je niet praten, vindt hij. Het belangrijkste is dat je iets presteert en dat je snel werkt zonder tijdverlies.

Ik kan dat niet. Eerste dacht ik dat het traagheid, verstrooidheid, gebrek aan concentratie en doorzettingsvermogen waren die maakten dat ik nooit boven de middelmaat uitsteeg, maar het lijstje van gebreken is eindeloos. Het is precies dat lijstje dat je moet afwerken om iets op tafel te kunnen leggen dat de moeite is.

Ik zit thuis. Hij loopt de muren op. Als er iets mis gaat dan is dat mijn schuld.
Ik vraag hem niets ook geen geld maar toch moet ik zorgen dat er eten op tafel staat, dat de was gedaan is en dat het huis opgeruimd is.
Ik heb maar één functie in dit huis vol rotzooi en stof: ik ben de moederlijke kuisvrouw, de steun en toeverlaat in bange dagen. Een geduldig oor dat luistert naar gezeik over computerconfiguraties. Een warme vorm in bed (geen geluid maken!), occasioneel de benen spreiden.
We gaan niet op reis.

Avond. Hij zegt dat hij het allemaal anders ziet. En hij twijfelt. Er zijn geen dromen meer. Wij kijken naar elkaars leven en zien niet langer door de grauwe realiteit. We kunnen geen maat houden; Arrogant en krankzinnig. Hij is veranderd.
Ik zie hem pas echt wanneer hij begint te praten. Over verleiding en lichamelijke sensaties die hij elders zoekt. Niet in mijn overvette trage afgestorven vlees.
De verrassende inzichten waar hij naar verlangt, niet in mijn verdorven gekooide geestvol donkere gedachten en tweesnijdende zwaarden. Ik verlang naar hem omdat hij al zo lang bij me weg is. Maar als zijn geest uithuizig is pleeg ik ontucht naast hem in bed. Ik laat hem geloven dat ik hem begeer, maar als ik hem in m'n armen heb, merk ik dat het niet hem is die ik liefheb, maar mezelf.
Ik praat met hem en wordt er ziek van. Maar hij sluit me steeds verder weg in een kooi waar ik alleen niet uit kan.

Ik geef me aan hem over als aan een moeder; Hij straft me daarvoor, noemt me zwak. Ik word de moeder de slaaf en hij, de brave huisvader onthoudt mij van liefde en genot.

Wat is zijn bedoeling? Hij staat mijlenver, tegenover mij, met een mes in z'n hand. Het mes is altijd lang genoeg om mij te raken.
Ik vervloek hem en wil wraak nemen. Ik wil uit zijn leven verdwijnen, hem achterlaten in leegte, zodat hij op zich moet nemen wat ik altijd al voor hem deed.
Dan heeft hij uiteindelijk zijn vrijheid, dan kan hij twee weken rondlopen in vuile was en een stinkende kamer, beschimmeld brood eten en alles wat bij een vrijgezellenleven hoort. Dan heeft hij alles voor zichzelf en vraagt niemand hem waarom.

Hij heeft een ander.


Creative Commons Licentie
Op dit werk is de Creative Commons Licentie van toepassing.