vrijdag, januari 21, 2005

Cirque

De duisternis valt en er worden vuurtjes gemaakt in metalen tonnen. We drinken teveel omdat we dat willen. Alles verbrokkelt onder mijn woorden. Zij laat mij rondwandelen in haar geest.
Ik drink halve glazen wijn leeg probeer het vuur te doven. Ik zwalp overal heen, lachend losgebroken. Ik ben mezelf ik ben iedereen tegelijk half blind door drank voor mij uit lallend tegen mensen die ik tegenkom.

Mijn huid brandt. Ik loop rond de circustent, strompelend, me vastgrijpend aan dikke strakgespannen touwen. Ik roep hard tegen de gezichten: ”Waarom?” Iemand grijpt m’n schouder vast en trekt me achteruit. Ik schreeuw tegen haar en ze kijkt verschrikt maar niet echt geraakt. Van ver weg zegt ze: “Je zoekt nog, maar er is geen antwoord. Sommige dingen kan je niet verklaren." Ik haat haar. Harde ogen. Ik haat iedereen met zo'n geweldige overtuiging dat de grond zou moeten opensplijten.
Ik denk dat ik op avontuur uit ben. Glorieus, roekeloos, maar ik ben de enige die de situatie niet onder controle heeft. Zo is het en zo is het altijd geweest. Ik verzwijg wat ik wel zou moeten zeggen.
Een uur later ben ik zo moe en uitgeput dat mijn gesmolten gedachten mijn tong af rollen als siroop. Ik leeg mijn hoofd in haar schoot. Ik vertel haar alles, fluisterend zonder woorden. Ik verklaar haar mijn liefde.
Ik hoop dat ze te dronken is om iets te onthouden.


Ik word wakker, mijn hoofd een steen. Alles is voorbij. De betovering is weg en ik denk wat heb ik me weer laten beetnemen. De zwakste, een blinde schakel.
Ik bezwijk onder elk gewicht. Ik kan niet dragen. Mijn ruggengraat een spons die wortelt in mijn bekken en uitzet in mijn hoofd. Leeghoofd vol obsessies en kortsluitingen. Ik denk dat ik iets kan verbergen maar mijn vel is transparant, mijn schedel is verteerd door slechte gedachten. Niet getreurd, de mensen houden van vermaak. Een clown in hun midden.


II

Later. Ooit. Meer. Ze heeft een kant die ze bijna altijd verstopt. Die zich tegen mij aandrukt in de gang ’s nachts, als ik afscheid wil nemen. De kant die zegt wat ik wil horen.
Dan zucht ze en houdt ze mij in haar armen.
Dat is het. Verdriet.

III

We lachen in de zetel. Ze schuift dichter zodat ik haar voel en we lachen meer. Om de dwaze zatte nachten waarvan we ons de helft niet herinneren. Altijd dat altijd gemis.
Er was een avond in het donker met vuur in de weien en onze tent klein naast de grote circustent waar een orkest bleef doorspelen tot ’s morgens.
Creative Commons Licentie
Op dit werk is de Creative Commons Licentie van toepassing.