dinsdag, december 28, 2004

N.V.

Zij werkt overdag in een bedrijf dat dodelijker is dan een nazi-experiment en vooral langzaam verlamt. 's Avonds in haar bunker staart ze voor zich uit. Televisietoestel blijft aangesloten op de wereldwijde kots van tv-beelden. Ze staart met een absurd leeg hoofd en panikeert wanneer ze steeds weer getreiterd wordt door angsten en waanbeelden (dat de wekker elk moment ontzettend luid kan aflopen, dat de gaskraan lekt of dat er plots geen werk meer zal zijn). Veraf klinkt het hoge krijsen van een baby die tegen een deurpost gekwakt wordt tot hij zwijgt. Het behangpapier krult van de muren.

Naamloze vennootschap. De kleuren zijn zacht. Grijstinten. De airco maakt geen geluid en houdt het gebouw net ietsje te warm, te oncomfortabel om je goed te voelen. Geen buitenlucht en blinden voor de ramen. De schuiven zijn geolied. De deur is hermetisch afgewerkt met rubber.

Elke luchtverplaatsing loopt gecoördineerd. Stemmen bijten in telefoons met opmerkingen en dwingen hun plaats af in de hiërarchie. Dan komen de fouten en de vergissingen, de onbeantwoorde eisen en de verwijten. Steeds meer metaforen sneuvelen en de maatpakken krabben zich op het achterhoofd en vragen zich af of er iets schort aan het imago. De koers daalt.

De managers kletsen de hele dag door en zakken na zeven uur met lege magen af naar een bar voor een rondje op hun kosten. De wijn is uitstekend maar smaakt niet in de met tapijt gedempte bar. Lampenkappen van Joods leer. Aan het rechtse tafeltje een transseksueel die blauwe Belgam rookt. Niemand let erop en de manager zwetst voort. Trots op zijn jongste zoon. Als het wicht tekenen van ontevredenheid vertoont, zo vernemen wij, wordt het voor de buis neergeplant met een horrorvideo. Het monstertje gaapt verbijsterd met grote ogen. De manager lult voort en breekt de weg open, slaat de straatstenen in stukken en het stof waait op. Hij pocht en pocht en alles is te veel.

's Nachts als (als) de manager slaapt, ontdaan van zijn driedelig statussymbool, heeft hij een droom. Dezelfde droom en de enige droom die hij in jaren gehad heeft. Hij opent een deur en ziet zijn vrouw tegenover hem staan. Zijn vrouw zegt: "wanneer gaat nu die tweede badkamer klaar zijn schat?"

Klasseren, klasseren, klasseren, mompelt de misvormde dwerg. Hij is de rechterhand van de architect hier op de zevende verdieping. Een prestigieuze job. Omdat hij amper 1m20 lang is kan hij enkel gebruik maken van de onderste legplanken en schuiven in de kasten. Hij loopt op de verdieping rond als een gestresseerd stekelvarken in te diep water. Als we hem volledig en compleet beu zijn, zet ik hem wel eens op de bovenste plank in de wandkast. Dubbel glas en volledig geluidsdicht. Haal je hem er twee uur later uit, dan heeft hij uit pure frustratie de helft van het papierwerk opgeknaagd.

Creative Commons Licentie
Op dit werk is de Creative Commons Licentie van toepassing.